Kankerziekte
18 oktober Door Esther 0 reacties 

Vanmorgen schoor ik iemand kaal. Ik had een dagdienst en was net klaar met het wassen van mijn patiënt.  Pyjama uit, wassen, deodorant, nieuwe pyjama aan, tanden poetsen. Bij het kammen van zijn haar bleef er echter meer haar in de kam hangen dan op zijn hoofd. ʺHaal het er anders allemaal maar af hoorʺ zei hij, terwijl hij keek naar de verdwaalde plukken in de prullenbak. Met enige twijfel vroeg ik of hij het wel zeker wist, maar hij had zijn besluit al genomen. Ik pakte een tondeuse en zette deze op het half behaarde hoofd van de man. We maakten nog grapjes over de figuurtjes die ik in zijn haar kon scheren maar uiteindelijk ging alles eraf. Het ging in één moeite door. Het is bijna alsof het er nooit had gezeten en het er in de eerste plaats niet eens hoorde. 

 

Oncologie opleiding

Sinds een half jaar ben ik bezig met de specialisatie tot oncologieverpleegkundige. Het doen van deze opleiding was een logische stap. Ik werk op de oncologische GE-chirurgie, ook wel maag-, darm-, lever oncologie genoemd. Hier zie ik dagelijks mensen die geopereerd worden omdat ze kanker hebben. Ik ben nieuwsgierig aangelegd en wil graag zo veel mogelijk weten. Toen ik de kans kreeg om de oncologie opleiding te gaan doen heb ik deze dus met beide handen aangegrepen.

Bij de oncologie specialisatie ben je verplicht om stages te lopen. Momenteel loop ik stage op de afdelingen interne oncologie en hematologie. ʹHeftigʹ is het eerste wat mensen zeggen als ik ze dit vertel. Natuurlijk is het heftig om te werken met zulke zieke patiënten maar omdat het je werk is blijft er meestal een professionele afstand. Totdat ik vanmorgen dus iemand kaal moest scheren. Toen werd het pas echt realiteit.

Tumor in je handen                                  

Ik ben een keer mee geweest naar een operatie waarin een tumor verwijderd werd. De patiënt onder narcose, de chirurg en het team aan het werk. Voordat ik het door had haalde de chirurg zo een stuk darm uit de patiënt waar ik net nog mee had staan kletsen. ʺWil je het vasthouden?ʺ werd me gevraagd. Daar sta je dan,  met een tumor in je handen. Wat vroeger een goed functionerende dikke darm was werd nu omschreven als ʹkwaadaardigʹ. Dit klinkt als een vies praatje en  niets is minder waar. Zo ben je gezond, en zo heb je kanker. Moeder natuur speelt vieze spelletjes.

Doodziek

Ik sta nog elke dag versteld van de overlevingsmodus waarin mijn soms doodzieke patiënten zich bevinden. Blik op oneindig en doorgaan. Misselijk, braken, pijn, vermoeidheid, torenhoge koorts en je dag in, dag uit beroerd voelen. Na een periode van afzien weer herstellen, je beter voelen, eindelijk weer wat kunnen eten en dan de volgende chemo. Alle ellende opnieuw, volle bak er tegenaan. De wil om te leven, om te óverleven, zorgt er soms voor dat je in staat bent om over grenzen te gaan. Om het onmogelijke te doen. 

Dankbaar

Met een tondeuse in mijn ene hand en een halve haardos in mijn andere hand stond ik vanmorgen heel even stil bij het leven. Bij het geluk dat ik heb om te leven, om er te zijn. Vanmorgen stond ik even stil bij het feit dat ik onwijs veel geluk heb met mijn gezondheid, met het feit dat ik kan werken. Mensen die mij kennen weten wellicht dat ik af en toe kan zeuren om alles en om niks. Werken in het weekend is stom, ik vind dat ik onderbetaald word, ik moet om 7 uur ʹs ochtends beginnen terwijl ik een hekel heb aan vroege diensten en ga zo maar door. Soms lijkt het beste niet goed genoeg. Vanmorgen besefte ik echter hoe bijzonder het is om dat allemaal te kunnen doen en hoe uitzonderlijk het is om  te kunnen zeuren over dit soort stomme dingen. Hoe bevoorrecht ben ik eigenlijk?  

Met of zonder haar

Vanmorgen schoor ik iemand kaal. Waar eerst haar zat zit het nu niet meer. Ging het ook maar zo met de kanker. Kon ik dat maar wegscheren met een tondeuse. Waar is het allemaal goed voor, die vreselijke chemokuren, die complexe operaties? Ik vraag het me wel eens af. Dan besef ik ineens waar al mijn patiënten het voor doen. Morgen willen ze wakker worden, en het liefst de dag erna ook. Mét, of zonder haar.