Ziekenhuistaal
9 juli Door Esther 0 reacties 

Ik zal maar met de deur in huis vallen: vrouwen schijnen de gewoonte te hebben om het een te zeggen terwijl ze het ander bedoelen. “Maar wat heeft dit met de zorg te maken?” vraag je je misschien af. Nou, het toeval wil dat het merendeel van de werknemers in de zorg vrouw is, verpleegkundigen althans. Dus toen ik laatst al zuchtend en zeurend naar de spoedeisende hulp liep om een acute opname met een heupcontusie op te halen, keek een stagiair me vragend aan. Wat was er nou zo erg aan een bejaarde patiënt met een heupcontusie?

 

Op dat moment besefte ik dat niet alleen vrouwen, maar vrijwel iedereen in het ziekenhuis een aardig handje heeft van het ʹA zeggen en B bedoelen.ʹDaarom, voor iedereen die nieuw is in het ziekenhuis of voor iedereen die geen flauw idee heeft van het reilen en zeilen in het ziekenhuis: hierbij een lesje ziekenhuistaal. Over wat we zeggen en wat we eigenlijk écht bedoelen.

1. In een rapportage staat: ʹPatiënt is gedesoriënteerd en had een ongelukje met zijn urine.ʹ
Wat het eigenlijk betekent:
Patiënt had geen idee waar hij was en stond naast zijn bed, op de grond en over de tafel te plassen.

2. Aanmelding voor een acute opname: Collum fractuur, 93 jaar oud.
Wat het eigenlijk betekent:
Demente of delirante, hoogbejaarde patiënt met een gebroken heup die waarschijnlijk middenin de nacht uit bed stapt om boodschappen te gaan doen of die voor je het weet doodleuk bij een andere patiënt in bed kruipt, omdat hij of zij denkt dat dat zijn eigen bed is.

3. Er zijn zeven lege bedden op de afdeling, heerlijk rustig
Wat het eigenlijk betekent:
Stilte voor de storm. Binnen no-time zijn die zeven lege bedden stuk voor stuk bezet door acute opnames en heb je geen idee hoe je het einde van je dienst gaat redden.

4. Als je een arts belt en het antwoord luidt: “Ik ben even druk, ik kijk er zo naar.”
Wat het eigenlijk betekent:
De arts vergeet dit zodra je de telefoon ophangt en komt er hoogstwaarschijnlijk niet meer op terug.

5. In een rapportage staat: ʹPatiënt belt geregeld voor ditjes en datjes.ʹ
Wat het eigenlijk betekent:
De patiënt denkt dat het ziekenhuis een hotel is en belt elke 5 minuten voor een zucht en een scheet.

6. In een rapportage staat: ʹDe patiënt moet gestimuleerd worden tot mobilisatie.ʹ
Wat het eigenlijk betekent:
De patiënt wilt absoluut het bed niet uit.

7. Patiënt geeft een VAS van 8 aan. Ging naar beneden om te eten in het restaurant en om te roken.
Wat het eigenlijk betekent:
Verpleegkundige diagnose bij het zelfbelevingspatroon: morbus aanstelleritus.

8. Patiënt lijkt weinig ziekte-inzicht te hebben en is vermoedelijk therapie-ontrouw.
Wat het eigenlijk betekent:
Patiënt met torenhoge glucosewaarden eet continu snoepjes en maakt opmerkingen als 'maar de koekjes zijn maar klein, dus kan ik er wel een paar extra eten.’

9. Als een infuuspomp maar op alarm blijft slaan en de verpleegkundige zegt: “Nou, hij is wel eigenwijs vandaag hé!”
Wat het eigenlijk betekent (of de verpleegkundige eigenlijk denkt):
“Als die pomp nog één keer op alarm slaat, gooi ik dat klere-ding dwars door het raam heen.” 

10. Als je een patiënt antwoordt met: “Ik zal de dokter vragen uw bloeduitslagen met u te delen.”
Wat het eigenlijk betekent (of de verpleegkundige eigenlijk denkt):
“Ik zie in mijn computer uw uitslagen en alles ziet er goed uit, maar ik mag het u niet vertellen, want dat moet een arts doen.”