De ene flexwerker is de andere niet
19 oktober 0 reacties 
Een op de vier zorgverleners werkt dagelijks als flexkracht. Welke soorten flex zijn er? Wat is het verschil tussen een uitzendkracht en een gedetacheerde? Hoe is het met rechtspositie van flexkrachten gesteld? En ….. ben ik een flexwerker?

 

De oproepkracht, de ZZP-er en de tijdelijke medewerker maken deel uit van vrijwel elk team. Veel zorgverleners kiezen hiervoor, omdat ze dié werkvorm kunnen kiezen, die past bij de individuele mogelijkheden en wensen. Een andere reden is de mogelijkheid om een instelling en de eigen capaciteiten beter te leren kennen. 

 

Het fasensysteem verklaard

Het fasenmodel is van toepassing op uitzenden en detacheren. Met dit systeem wordt de rechtspositie uit de CAO voor uitzendkrachten bepaald. Het meest gebruikte systeem kent 3 fasen: A, B en C. Hieronder de hoofdlijnen:

Een uitzendkracht is werkzaam in fase A zolang hij nog geen 78 weken gewerkt heeft, waarbij alleen de gewerkte weken meetellen. In fase A is meestal het uitzendbeding opgenomen:de arbeidsovereenkomst tussen uitzendkracht en uitzendbureau eindigt op het moment dat de inlener (de organisatie die de uitzendkracht van het uitzendbureau inhuurt) de opdracht beëindigt. In deze fase is ook sprake van ‘uitsluiting van loondoorbetalingsplicht’, wat feitelijk betekent: geen werk, geen loon. Een uitzendkracht hoort hetzelfde loon te verdienen als een vaste medewerker. Deze “inlenersbeloning” bestaat uit loon, toeslagen, reiskosten en periodieken. Na 26 gewerkte weken wordt ook pensioen opgebouwd en start het recht op scholing.

Een uitzendkracht die fase A heeft doorlopen stroomt in in fase B. In fase B worden maximaal 6 tijdelijke contracten gesloten, gedurende maximaal 4 jaar. Dit zijn contracten voor bepaalde tijd. Fase C begint zodra er meer dan 4 jaar gewerkt is of het 6e contract is afgelopen. Het daaropvolgende contract is een fase C contract: simpelweg een contract voor onbepaalde tijd. In fase B en C wordt gesproken van  “detachering”. In de praktijk gaan flexkrachten die zolang “flexen” vaak in vaste dienst bij de inlener, of zij besluiten als ondernemer of ZZP-er verder te gaan. 

 

De omgekeerde wereld

In de zorg zijn uitzendkrachten een vaste waarde geworden. Met verloop van tijd verwerft de uitzendkracht een steeds stevigere rechtspositie en bouwt meer rechten op. Tegenwoordig willen veel flexwerkers zelf juist de flexibiliteit behouden en geen vaste verbinding aangaan met een inlener, zoals in fase C. In deze periode van schaarste aan gekwalificeerde medewerkers zijn de verhoudingen veranderd. Het lijkt “de omgekeerde wereld” ten opzichte van nog maar een paar jaar geleden. Werkgevers waren toen veel terughoudender met het aanbieden van vaste contracten. Nu is men vaak blij als een medewerker ‘vastligt’. 

 

Ben jij een “flexwerker”?

In Nederland zijn uitzendkrachten vooral jonger dan 35 jaar. In de zorg zijn juist ook veel oudere werknemers met een flexibel dienstverband actief. Het is voor velen aantrekkelijk zelf diensten samen te stellen, bijvoorbeeld juist wel of juist niet in de nacht, met de toeslagen. De verdiensten zijn in het algemeen niet slechter dan bij een vast dienstverband. Het is wel zaak zelf je belangen te behartigen en je eigen “werkgeverschap” goed in te vullen. Spreek het uitzendbureau, het bemiddelingsbureau of de inlener aan over opleidingen. Sommige inlenende instellingen vangen flexkrachten beter op dan andere. De “die-hards” zijn al 10 of 20 jaar als op deze manier actief en zouden niet graag terug willen naar een vast dienstverband. Zij houden ervan vaak van omgeving te wisselen en stellen zich assertief op in situaties met nieuwe collega’s.

 

Iets voor jou? Check de passende mogelijkheden bij HappyNurse!